Monument  ‘de Leumolen’

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Leumolen in 1960 voor de restauratie (Foto: J.Th. ter Horst)

 

Nadat molenaar Jac van de Laar in 1955 vertrokken was, is -onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen-  de molen in 1956 verkocht aan Staatsbosbeheer. Vlak voordat vier jaar later een grootscheepse restauratie gestart werd, heeft  fotograaf Ter Horst de uitwendige toestand van de molen in 1960 vastgelegd. De foto’s bevinden zich in het Nationaal Archief in Den Haag.

 

 

 

                              

 

 

 

                                         

 

                                                                   1960: de stand van zaken vlak voor de restauratie (Foto’s: J.Th. ter Horst)

 

 

Restauratie

 

Staatsbosbeheer startte in 1960 met een grootscheepse restauratie, de molen werd zoveel mogelijk in oude luister teruggebracht. Het turbinehuis met de turbine werd afgebroken en het waterrad in ere hersteld. De oliemolen werd gebruiksklaar gemaakt en het stuwwerk gerenoveerd en uitgerust met houten haspels. Dak en klokketoren werden vernieuwd, het muurwerk opnieuw gevoegd, de maalstoel en het gangwerk vervangen. En er werd een nieuwe Ursula geplaatst, de gevel is opgeluisterd met haar naam.

 

Gouverneur (commissaris van de koningin) van de provincie Limburg, F. Houben verrichtte samen met Gène Eggen (de beeldhouwer van Ursula) op 10 juni 1961 de feestelijke heropening, nadat het geheel ingezegend was door deken Geurts van Heythuysen. De Maas- en Roerbode: “De commissaris heeft dank gebracht aan het departement van O.K. en W. voor de royale hulp die het verleend heeft om dit byou van Midden-Limburg zo fraai te herstellen.”

De Cambrinuskapel uit Haelen en het Servaaskoor zorgden voor de muzikale omlijsting en jongelui in historische klederdracht serveerden verversingen en koele dronk vanuit een der schuren, aldus de Maas- en Roerbode. Zelfs het NTS-Journaal gaf aandacht aan de opening.

 

 

 

 

               Klaar voor de schroot: het horizontaal draaiende rad van de Girard-turbine,

              vijftig jaar na plaatsing werd de turbine weer vervangen door een waterrad.

 

 

 

                                     Het waterrad is terug, Ursula nog niet (Foto: A.J. de Koning, 1961)

 

 

Roggebroodje

 

De aanwezigen kregen een aandenken mee: een roggebroodje voorzien van een ingestempeld Ursulabeeld. Het was een ideetje van de consulent bij het Staatsbosbeheer te Maastricht. Nadat hij het presentje in een schrijven geopperd had, schreef de directeur van Staatsbosbeheer terug dat hij er in principe geen bezwaar tegen had en dat de kosten ondergebracht moesten worden bij de post ‘Representatiegelden’. Met inbegrip van het vervaardigen van de stempelvorm, worden de kosten op 350 gulden geschat, antwoordde de consulent. Dat was akkoord, maar bij nader inzien moesten de kosten voor de stempelvorm ondergebracht worden bij ‘Aanschaffingen’ en de rest onder de post ‘Overige algemene uitgaven’. Het stempel is een halve eeuw later helaas zoek.

 

 

 

                                                             

 

                                                                  Opening gerestaureerde Leumolen, 1961 (Foto: T. Lemaire)

 

 

Schalk

 

Aan de achtergevel van de Leuhof hangt een lange balk met een katrol die daar in het verleden als herinnering aan oude tijden is opgehangen. Toen was de functie die de balk ooit had voor iedereen duidelijk, maar nu roept de balk vraagtekens op. Het blijkt een schalk te zijn (met dank aan Dirk Minor van de Keppelse molen in Laag Keppel die het raadsel van de functie oploste). Andere benamingen voor de schalk: rechtbalk, rechtmast, richtmast, takelmast, hijsmast, zwaaimast.

 

Bij de vroegere molenbouw moesten in een tijdperk dat er nog geen mechanische hijskranen waren, zware onderdelen met de hand getakeld worden. Daar zijn verschillende constructies voor bedacht, men gebruikte een bok, een schrank of een schalk.

Op de site Penterbak wordt uitgelegd hoe deze hijswerktuigen werkten. De schalk bestond uit een lange zware balk die min of meer als een mast rechtop gezet werd en geschoord. Door deze tuien te vieren of te halen kon men de hijshoek van de mast veranderen. Bovenin bevond zich een takel of katrol waarmee het zware voorwerp, bijvoorbeeld een inelkaar gezet gebint, omhoog getrokken werd, vermoedelijk met behulp van een kaapstaander.

 

 

 

                                        

 

 

 

 

 

 

                                                Een rechtbalk opgehangen aan de achtergevel van de Leuhof,

                                                                      in het verbrede uiteinde is een katrol aangebracht

 

 

 

                                      

 

                                                                                  de lange balk heeft een pin op de top om wegglijden te voorkomen

 

 

 

                 

 

                           het uiteinde met katrol

 

 

 

                                  

 

                                        aanhechtogen voor tuien om de rechtopstaande balk te schoren

 

 

 


 

Monument

 

 

 

De Leumolen is Rijksmonument sinds 1970 onder nummer 19981. Sinds 1994 staat het ook op de provinciale monumentenlijst.

 

(Foto: RCE)

 

   

 

Gemotoriseerd verkeer

 

Auto’s mochten in de jaren zestig en zeventig tot aan de Leumolen rijden en daar werd gretig gebruik van gemaakt. In 1974 kreeg de molen ongeveer 20.000 bezoekers, waarvan 8.490 hun naam en woonplaats in het gastenboek achterlieten. In het jaarrapport 1979 van de reservaatbewaker: “De aanvoer van recreanten in het algemeen geschiedde in hoofdzaak met personenauto’s, touringcars en slechts een gering aantal met de fiets en nog minder per bromfiets. De parkeerruimte bij de molen, die nauwelijks aanwezig is, gaf nogal aanleiding tot moeilijkheden, vooral met touringcars.”

 

Vijfentwintig jaar en een autoverbod later, bezochten ongeveer 8.000 mensen de molen, waarvan 4.323 het gastenboek tekenden. Een verzuchting van de reservaatbewaker kort na de afsluiting in 1986: “Sinds er geen auto’s mogen komen, komt er niemand meer”. 

 

Het regionale belang van de molen veranderde niet. In 1974 kwamen 13 % van de bezoers uit de regio, 56 % uit overig Limburg, 27 % uit de rest van Nederland en 4% uit het buitenland. In 2004 kwam in de zomermaanden 16 % uit een gebied van 10 km rond de molen, kwam veruit het merendeel van de bezoekers uit de eigen provincie en uit buurprovincie Noord-Brabant en was het aantal buitenlandse bezoekers 7%.

 

 

 

 

                             Een sfeerfoto eind 60er, begin 70er jaren (met dank aan Willem Metselaar)

 

                      

           

  

                               De bosmolen in de 70er jaren; de populieren zijn inmiddels geveld

                                                                                                       (Foto: Rondom het Leudal)

 

 

 

 

                                                                                                                             Foto: RCE, 1978

 

 


 

Vervolg-restauraties

 

Najaar 2006 is groot onderhoud gepleegd aan het sluiswerk van de Leumolen. De staanders, de palen waartussen de losschuiven getrokken / neergelaten worden, zijn vervangen. Het overig houtwerk heeft een opknapbeurt gehad en de heugel bij de maalsluis werd aangebracht. Drie schuiven worden nog steeds omhoog gedraaid door middel van windwerken, assen met houten haspels en kettingen, de schuif voor de maalsluis wordt sinds de opknapbeurt met behulp van een heugel bediend. In 2007 werd het klokkentorentje gerestaureerd. Bij het ontmantelen van het oude torentje bleek dat een uil de toren gebruikt had als kraamkamer. In de zomer van 2012 is het sluiswerk opnieuw gevoegd.

 

 

 

 

                                                                                      (Foto: abridak.nl, 2007)

 

 

 

Drooglegging van de beek voor de molenstuw ten bate van de vernieuwing van het voegwerk in 2012

                                                                                                                    (Foto: Wim Bongaerts)

 

 

 


 

Oliemolen

 

Bij de restauratie in 1960-61 was de oliemolen hersteld maar het loopwerk bleek niet optimaal afgeregeld. Nadat in de zestiger jaren nog af en toe olie geslagen werd, is deze functionaliteit van de molen weer in slaapstand geraakt. In de beginjaren van deze eeuw heeft een groep vrijwilligers de restauratie van de oliemolen ter hand genomen en in 2008 is de oliemolen met een groot feest weer in gebruik gesteld (zie de betreffende pagina’s op deze site).

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 Site Leumolen