Waterrad

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waterrad

 

 

 

Diameter

 

De watermolen wordt door een houten waterrad aangedreven, de maten van het rad zijn geregeld gewijzigd. Rond 1850 was de diameter inclusief schoepen 6,88 m, in 1856 wordt het verkleind naar 5,94 m en in 1891 weer vergroot naar 6,30 m. In 1898 is er een belangrijke wijziging: het rad wordt vergroot naar 6,68 m en wordt breder, van 63 naar 90 cm. De houten beschoeiing van de sluizen wordt vervangen door een bakstenen muur.

 

 

 

 

Tekening uit 1858, een verfijnde versie van de tekening uit 1852 (zie ‘Gebouw’). Boven de tekening staat:

Opneming van de Jungeroijsche beek. Schetsteekeningen van de gebouwen waarin bouten tot vaste verkenmerken zijn geslagen.

 

 

 

Turbine

 

Begin 20e eeuw was het houten waterrad opnieuw aan vervanging toe. De toepassing van waterturbines kwam in die periode in zwang, men verwachtte een hoger rendement van het horizontaal draaiende rad, het was gemakkelijker in onderhoud en het bleef langer functioneren bij vorst. Ook de Leumolen kreeg in 1911 een ijzeren Girard-turbine. Naast de gevel werd een turbinekamer gebouwd, dat met een pannen-lessenaarsdak op de daklijn van het molengebouw aansloot.

 

 

 

 

Een eeuw later ingekleurd “Ontwerp eener turbine voor de Leumolen voor rekening van Mevr. Wagemans-Buggenum.”

 

Twee maalkoppels werden aangedreven zoals de tekening weergeeft, het tweede koppel stenen ligt achter het ingetekende koppel.

 

 

                              

                                             

 

                                  22 juli 1911                                                                          19 aug 1911

 

 

 

                                                     

 

                                                     de Leumolen met turbinekamer, 1922

 

 

 

Houten rad en luifel

 

In de jaren 1960/61 liet Staatsbosbeheer bij de restauratie een nieuw houten waterrad met een diameter van 5,6 m en een breedte van 1,0 m plaatsen. De turbinekamer werd afgebroken, het rad kreeg een luifel. Luifels zijn gebruikelijk geworden toen watermolens minder zijn gaan malen, ze dienen ter bescherming tegen weer en wind. Het waterrad is gemonteerd op een stalen as, die een zwaar ijzeren gangwerk in de molen aandrijft. In 1984 is het houtwerk van het rad vernieuwd, vijfentwintig jaar later heeft er groot onderhoud plaatsgevonden.

 

 

 

 

Klaar voor de schroot: het horizontaal draaiende rad van de Girard-turbine,

vijftig jaar na plaatsing werd de turbine weer vervangen door een waterrad.

 

 

 

                                      

 

 

Krooshek

 

Het waterrad bevindt zich in de maalsluis ook wel de ark genoemd. Als de schuif voor deze sluis gesloten is, staat het waterrad en daarmee de molen stil. Als de schuif opengetrokken wordt en er voldoende water doorkomt wordt het rad in beweging gezet. Het krooshek, een hekwerk voor de maalsluis houdt takken e.d. tegen die het molenrad zouden kunnen beschadigen.

 

 

                                       

 

 

 

Onderslagmolen

 

De Leumolen is een onderslagwatermolen, d.w.z. dat het water tegen de schoepen aan de onderkant van het rad stroomt en de kracht van de stroomsnelheid het rad in beweging brengt. Onderslagraderen zijn in de regel groot. Bij een bovenslagwatermolen wordt het water via een goot tot boven het rad geleid en valt het water op het rad in bakken die aan het rad hangen. Het gewicht van het water brengt het rad in beweging. Bovenslagraderen komen voor in gebieden waar het verval in de beek groot is. Een middenslagmolen haalt zijn energie gedeeltelijk uit het gewicht van het water en gedeeltellijk uit de stroomsnelheid.

 

 

 

                          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             technische tekening van het waterrad uit 1961

 

 

 

 


 

 

 

 Site Leumolen